17. Breaking nieuws!

Dode man aangetroffen in woning Groningen

GRONINGEN – In een woning aan het Noorderpark in Groningen is vanochtend het stoffelijk overschot aangetroffen van een man. De politie doet uitgebreid onderzoek.

Rond half negen ontving de politie een melding dat een overleden man was gevonden. Vrij snel daarna is een Team Grootschalige Opsporing opgestart. De politie gaat uit van een misdrijf. Forensische experts zijn bezig met een onderzoek in de woning. Agenten zijn een groot onderzoek in de buurt begonnen. Het Noorderpark is deels afgezet voor verkeer.

In het belang van het onderzoek zwijgt de politie over de omstandigheden waaronder de overledene is aangetroffen.

16. In de lucht achter Uithuizen

De vale gier en de oude zeearend troffen elkaar in de lucht achter Uithuizen. Hoog cirkelden ze rond, in de straffe oostenwind. Beneden hen lagen de lege boerenvelden en kwelders, grauw en hard, stil wachtend op de lente.

‘Er zijn draden gesponnen,’ zei de arend, een weinig achter de adem. ‘Ik zag dikke en dunne. En lange en korte.’ Hij had moeite de vliegrondes van de gier te volgen.

‘Ik heb ze gezien,’ zei de gier. ‘Ze liepen van noord naar oost en nu van oost naar west. Zouden ze daar stoppen?’

‘De vrouw op de kwelder zong over cirkels,’ antwoordde de arend. ‘Ze zingt enkel nog in mineur. Ze vreest het moment dat de draden straks weer noordwaarts gaan. Dan raken ze wellicht verstrikt.’

‘Had het voorkomen kunnen worden,’ vroeg de gier. ‘Als het zover komt.’ 

De arend moest hier even over nadenken. Hij wist van oorzaak en gevolg, maar hij wist ook dat een gevolg meerdere oorzaken kon hebben. ‘Veel lijnen lopen parallel,’ zei hij uiteindelijk. ‘Maar ik zie eenzelfde bron. Daarna loopt het uiteen. Maar de draad die nu westelijk loopt, kan alles samenbrengen. Die draad is rood.’

‘We zien misschien het begin van het einde van wat was,’ zei de gier. ‘Wat dan volgt, is ongewis.’

‘Volgens mij kan het nu snel gaan,’ zei de arend. ‘Laten we blijven vliegen. Zien we elkaar binnenkort op het torentje?’

‘Dat is goed,’ zei de gier. ‘Ik moet nu weer verder. Ik zie dat de rode draad de plaats met hoge huizen heeft bereikt. De zeven wolven huilen.’

De vale gier vloog snel weg richting het zuiden, de arend cirkelend in gedachten achterlatend. Uiteindelijk vertrok hij ook, richting het Grote Water in het westen. 

Daar was het nu nog rustig. Maar de arend voelde in de verte van de tijd intense dreunen en hij hoorde harde knallen, vertraagd door de lobbige ether maar onmiskenbaar in het verschiet.

15. Momentum

Nou mensen, dan zijn we compleet. De top van vijf is rond. Beweging 59 bestaat nu officieel.’ Met een brede glimlach keek Kevin Schutsma voldaan maar vermoeid de tafel rond. ‘Laten we toosten. Op een spoedig einde van de uitbuiting van Groningen.’ Vijf handen gingen omhoog, met daarin een glas witte wijn, een glas rode wijn, bier, ijsthee en een whisky.

Het was een donderdagavond, iets na tienen. Buiten was het mistig en het vroor licht. Binnen, in ‘Bie Pompe’ in Den Andel, was het aangenaam. De oprichtingsvergadering van Kevins geheime groep was rond acht uur begonnen. De vijf personen die sinds het einde van de vergadering het bestuur van de ‘beweging’ vormden, waren de enige aanwezigen in de kroeg. Er stond niemand achter de bar. 

Gerard nam een slok van zijn bier. Hij had lang nagedacht over het wel of niet deelnemen aan de groep van Kevin. Pas deze avond had hij definitief een besluit genomen. Innerlijk stond zijn rustige en gematigde aard tegenover zijn groeiende frustratie en boosheid over het lot van de Groningers. Maar hij was tot het besef gekomen dat het zeurende gevoel van onmacht steeds naar de achtergrond verdween, zodra hij zich probeerde voor te stellen hoe het zou zijn als hij zich actiever zou opstellen, met daden die er in zijn ogen echt toe deden. Het denken aan het opzoeken van grenzen en het desnoods overschrijden ervan gaf het gevoel enige controle te krijgen over de situatie, hoe complex die ook was. Het gaf een goed gevoel om in staat te zijn verantwoordelijkheid te kunnen nemen. Daar kwam bij dat hij zelf mede de acties van de groep zou kunnen bepalen en er elk moment weer uit zou kunnen stappen. 

De doorslag was eigenlijk al een week eerder gegeven, toen Gerard de live uitzending op de regionale televisie had bekeken van de toespraak van Govert Draaiman. ‘Een nieuw begin voor Groningen.’ De idee dat in het noorden van Groningen een lanceerbasis zou worden gebouwd om vluchten naar de maan en verder uit te voeren, schokte Gerard diep. Dat dit, in de woorden van gedeputeerde Draaiman, de ‘wedergeboorte’ van Groningen zou betekenen – ‘de geboorte van Groningen 2.0’ – stuitte hem hard tegen de borst. We moesten het verleden laten rusten en enkel nog vooruit kijken, had Draaiman gezegd. De brutaliteit! Wat deed dat met alle nog niet afgesloten schadedossiers?

Het plan was een gigantische verkwisting van geld, meende Gerard. Met al die miljarden die aan lanceerplatforms, raketten en vluchten zouden worden uitgegeven zou ieder huis en ieder monument snel en effectief versterkt kunnen worden, met daarbij een ruime compensatie voor al het materiële en immateriële leed dat de Groningers was aangedaan. Eerder, op een relatief kleinere schaal, was iets vergelijkbaars gebeurd met de bouw van het NAM in Winsum, het Noordelijke Aardbevingsmuseum. Ook dat geld was volstrekt verkeerd besteed, vond Gerard.

Groninger ruimtevaart – wie dat kon verzinnen en daadwerkelijk wilde uitvoeren, was in Gerards ogen nogal gestoord. Wie zat daar nou op te wachten? Wat betekende dit voor de Groningers? Hoeveel overlast en gevaar zou dit meebrengen? Wat zou het doen met de natuur rond het Wad? De overheid zou nauw samenwerken met private partijen. Welke macht zou het bedrijfsleven wel niet kunnen verwerven in het gebied? 

Het plan van Draaiman was volgens Gerard niet meer dan een speeltje van arrogante, machtsbeluste overheidsdienaren die hun ziel hadden verkocht aan nooit volwassen geworden, walgelijk rijke bedrijfsdirecteuren die hun kinderdromen wilden laten uitkomen. 

Soms schrok Gerard van zijn eigen gedachtestroom. School er dan toch een revolutionair in hem?

Dan toch weer die twijfel. Geweld, ook al was het niet op personen gericht, zou toch nooit iets goeds kunnen opleveren? In zijn hoofd hoorde hij steeds John Lennon, zingend over ‘revolutie’: But when you talk about destruction / Don’t you know that you can count me out. Maar goed: was het verhaal niet dat hij daar later op teruggekomen was? Power to the people! You better give ’em what they really own! 

Uiteindelijk had Gerard met deelname ingestemd. ‘Beweging 59’ was een feit. Kevin Schutsma, de kapper uit Eenrum, was de initiatiefnemer en fungeerde min of meer als voorzitter. Hij was de hele avond gespannen geweest, onzeker of hij na vanavond voldoende mensen zou hebben. Met name Gerards betrokkenheid was tot het laatste moment onzeker geweest. Maar die was nu aan boord. Zichtbaar opgelucht nam Kevin een teug rode wijn.

Rechts van Gerard, achter een glas ijsthee, zat Hajo Luikert, de pompbediende en de barman van de stille kroeg. Bij zijn eerdere bezoeken aan ‘Bie Pompe’ had Gerard slechts een paar woorden met hem gesproken. Hajo was aanvankelijk op Gerard overgekomen als een wat stugge, norse man, maar de afgelopen twee uren, tijdens de oprichtingsvergadering in de kroeg, had hij zich ontpopt tot gepassioneerde voorvechter van de belangen van de Groningers. Hij was, zoals altijd, gekleed in een lichtblauwe overall en op zijn hoofd tooide zijn rode baseballcap.

Naast Kevin zat Jack, ook bekend als Daniel. De dichter uit Pieterburen had niet veel gezegd deze avond. Hij had steeds broeierig voor zich uitgekeken, met zijn Fedora op zijn hoofd, nippend aan een Amerikaanse whisky. Gerard vond hem maar moeilijk te peilen. 

Tussen Jack en Hajo, tegenover Gerard, zat een jonge vrouw die Gerard deze avond voor het eerst had ontmoet. Linda Riemers heette ze. Ze had lang blond haar dat ze in een staart droeg. Ze was gekleed in een zwart, strak vallend shirt, een broek met camouflageprint en legerkisten. Ze was tweeëntwintig, had ze verteld, en ze studeerde in de stad Groningen. ‘Iets met milieu,’ had ze gezegd. Ze woonde met tien anderen in een kraakpand in Sauwerd. 

Ze had verteld dat haar moeder en haar vader waren overleden. Beiden hadden ooit een goed lopende fietsenzaak gehad in Loppersum. Het pand waarin de winkel en de werkplaats waren gevestigd, moest na enkele zware bevingen gesloten worden omdat het te onveilig bleek om in te werken. Het juridische gevecht dat volgde om het gebouw te herstellen en het bedrijf weer te kunnen uitoefenen, had haar ouders volledig uitgeput. Ze overleden vlak achter elkaar, in het zicht van hun pensioen, terwijl ze nog verstrikt zaten in diverse juridische procedures. Linda had alles van nabij meegemaakt en geprobeerd haar ouders zoveel mogelijk te helpen met het ontwarren van de procedurele kluwens. Het was duidelijk dat de bittere strijd van haar ouders haar eigen vechtlust had gevoed. Het verhaal had Gerard ontroerd; het had hem deze avond het laatste zetje gegeven om mee te doen met de groep.

Met een klap zette Jack, oftewel Daniel, zijn lege whiskyglas op tafel. ‘Zo,’ zei hij, terwijl hij zijn mond afveegde met zijn rechter mouw. ‘Genoeg gekletst. Hoe en wanneer blazen we het Aardbevingsmuseum in Winsum op?’