20. Knippen en plakken

Tijd voor een borrel, jongens. Ik denk dat we trots mogen zijn.’ Tevreden keek Kevin de groep rond. Samen met Jack, Linda, Hajo en Gerard stond hij bij de stamtafel van stille kroeg ‘Bie Pompe’ in Den Andel. Op de tafel, tussen lokale kranten, foldermateriaal, scharen en lijm, lag het resultaat van een avondje gestaag doorwerken: de brief waarmee Beweging 59 de moord op gedeputeerde Govert Draaiman opeiste. Buiten bracht een stevige noordwestelijke wind venijnige kou.

‘We gaan er echt mee door?’ vroeg Gerard. Hij droeg zijn lange haar, dat hier en daar begon te grijzen, inmiddels in een paardenstaart.

Linda, zoals altijd gekleed in legerbroek en een strak zittend zwart shirt, keek verbaasd. ‘Natuurlijk gaan we door,’ zei ze. ‘Alles voor de goede zaak.’

Hajo zette zijn rode baseballpet recht op zijn hoofd en liep naar de bar. ‘Rondje van de zaak, mensen. Jij een whisky, Daniel?’ Jack knikte met een brede glimlach. ‘Ik zou niet weten wat anders,’ zei hij. 

‘Ik ben heel blij met onze aanpak,’ zei Kevin. ‘Het oogt klassiek, maar het heeft ook iets jeugdigs. Daar kunnen de forensische experts zich eens goed in vastbijten. Kom, laten we toosten. Vandaag schrijven we historie. Of, beter gezegd: vandaag knippen en plakken we geschiedenis!’

Stop uitbuiting wingewest Groningen!! De dood van Draaiman is een waarschuwing van beweging 59

19. Een gevaarlijk spel

Ik kan er met mijn hoofd nog steeds niet bij,’ zei Gerard. ‘Kan het echt niet een uit de hand gelopen roofoverval zijn geweest?’ 

‘De politie sluit het niet uit,’ zei Kevin. ‘Maar er zijn geen aanwijzingen dat er iets uit de woning is weggenomen. Niets in de woning lijkt verstoord. Ze tasten nog volledig in het duister, zo begrijp ik, maar alles lijkt te wijzen op een koelbloedige afrekening.’

De vijf van Beweging 59 – Kevin, Gerard, Jack (Daniel), Hajo en Linda – waren op een zondagmiddag bijeengekomen in de stille kroeg ‘Bie Pompe’ in Den Andel om de schokkende gebeurtenissen te bespreken die zich onlangs hadden afgespeeld in een woning in het Groningse Noorderpark. Op het tafeltje waaraan ze zaten, stonden drie koppen koffie, een kop thee en een glas whisky. Buiten was het zacht. Het voorjaar won stilaan terrein.

‘Wanneer heb je die rechercheur gesproken?’ vroeg Linda.

‘Hij kwam drie dagen geleden langs voor een knipbeurt,’ zei Kevin. ‘Hij wou het kort, de oren vrij en de bakkebaarden bijgewerkt. Ineens begon hij te praten over de zaak. Hij deelt wel eens vaker informatie over politieonderzoek. Dat behoort hij natuurlijk niet te doen, maar goed. Ik sluit mijn oren er niet voor. En in dit geval al helemaal niet.’

‘Ik zag gisteren zijn zoon Rupert op de televisie,’ zei Hajo. ‘Nog helemaal in shock over de dood van zijn vader.’

‘Het was wel duidelijk dat Govert Draaiman vijanden had, maar zulke vijanden had toch niemand verwacht,’ zei Gerard. ‘Jezus, doodgeschoten met een jachtgeweer. Wie verzint zoiets. Ze hadden het wapen dus gevonden?’

‘Ja,’ zei Kevin. ‘Die was achtergelaten in de hal van Draaimans woning. Glimmend gepoetst. Een oudje, zo begreep ik. Stond nergens geregistreerd.’

Een tijdje keken de vijf leiders van Beweging 59 zwijgend voor zich uit. De omstandigheden rond Draaimans dood vergden duidelijk de nodige verwerking.

‘Ik wil een ding zeker weten,’ zei Kevin. ‘Namelijk of iemand van ons het heeft gedaan. Als dat zo is, dan denk ik dat we moeten stoppen. Dan neem ik althans geen verantwoordelijkheid meer voor de groep.’

Zowel Gerard, Linda, Hajo als Jack verzekerden Kevin dat ze helemaal niets met Draaimans dood te maken hadden.

‘We moeten denk ik wel bespreken wat voor effect dit heeft op onze groep,’ zei Gerard. ‘Ik kan me voorstellen dat de politie nu extra alert is. Er zal van alles en nog wat worden afgetapt. Voor je het weet komen ze bij ons uit.’

‘We hebben nog niks gedaan,’ zei Linda. ‘Laat hen ons maar op het spoor komen. Als blijkt dat we nog slechts een praatclubje zijn, zullen ze ons weer met rust laten.’

‘De kans dat de politie ons nu ontdekt lijkt me nihil,’ zei Kevin. ‘Tenzij we als groep juist ontdekt willen worden natuurlijk.’

Iedereen keek Kevin onbegrijpend aan, behalve Jack. Die begon onbedaarlijk te lachen. ‘Als jij bedoelt wat ik denk, dan denk ik dat we ons onbedoeld op de kaart kunnen zetten,’ zei hij, toen het lachen eindelijk was gestopt.

Kevin knikte. ‘Inderdaad. We hebben een unieke kans, als we willen.’

Gerard, Hajo en Linda hadden geen idee waar de twee op doelden. ‘Sorry jongens,’ zei Hajo. ‘Dit gaat mijn pet even te boven.’ 

‘Het is simpel,’ zei Jack. ‘We kunnen ons als verzetsbeweging voor eens en voor altijd voor het voetlicht brengen, als we de moord op Govert Draaiman gaan opeisen. Als we naar buiten gaan brengen dat wij de aanslag op zijn leven hebben uitgevoerd.’

Het viel stil. Gerard was duidelijk geschokt. ‘Dat kan toch niet,’ zei hij. ‘We hebben er niets mee te maken. We hadden ook nog eens afgesproken geen geweld tegen personen te gebruiken.’

Linda begon te glunderen. ‘Dit is werkelijk briljant!’ zei ze. ‘Ik zie het helemaal voor me!’

‘We gebruiken geen geweld tegen personen,’ zei Kevin. ‘Dat is in het geval van Draaiman ook niet gebeurd. Althans, niet door ons. We claimen het alleen maar. Zo worden we in een klap een factor om rekening mee te houden.’

Hajo knikte. ‘Het wordt spannend als ze ons vinden,’ zei hij. ‘Dan kan het natuurlijk een naar staartje krijgen.’

‘Het mooie is dat er geen enkel bewijs is dat naar ons persoonlijk wijst,’ zei Kevin. ‘We hebben immers niets met de moord te maken. Als we onverhoopt worden opgepakt, zal snel blijken dat niemand van ons verantwoordelijk is voor de dood van Draaiman. We zeggen dan dat we de moord op onbezonnen wijze ten onrechte hebben opgeëist. Men zal het uiteindelijk opvatten als een onsmakelijke kwajongensstreek. Daarna beginnen we gewoon weer opnieuw, onder een andere naam. Als de politie de echte dader te pakken krijgt, zonder ons te hebben gevonden, moeten we maar zien hoe het verder uitspeelt. Maar zolang ze ons niet hebben gevonden, en totdat de werkelijke schutter is gepakt, zullen we gevreesd worden. Wie weet wat we wel niet voor elkaar kunnen krijgen. We kunnen zo een ongekend sterke onderhandelingspositie creëren.’

Gerard zuchtte. Een riskant spel, dacht hij. Maar ook een uniek spel. Hoe zoiets uitpakt, weet niemand. Een spel zonder regels. Hij dacht aan het liedje Dangerous Games  van Shirley Bassey. And in this game, there aren’t any rules / For rules are made for fools. Maar goed: wie is hier de gek?

‘Het is wel raar,’ zei Gerard. ‘Want als wij de moord opeisen, dan leidt dat de aandacht af van de echte dader. Of het gaat in elk geval de zoektocht naar de schutter bemoeilijken. Dat is natuurlijk precies wat we willen, maar we laten dan dus wel een moordenaar vrij rond lopen.’

‘Ieder zijn taak,’ zei Linda. ‘Dat is niet ons probleem.’ Deze korte analyse werd uiteindelijk door iedereen gedeeld.

‘Als we dit gaan doen, dan moeten we snel handelen,’ zei Hajo. ‘Voor je het weet hebben ze de echte dader. We moeten zo snel mogelijk een manier vinden om de media te melden dat wij, Beweging 59, de aanslag op Draaiman opeisen. Natuurlijk zonder dat dat werkelijk naar ons persoonlijk kan leiden.’

‘Hier gaan we nog even verder over praten,’ zei Kevin. ‘We moeten in ieder geval heel voorzichtig zijn. Niets mag naar onze personen leiden, inderdaad. Hoe het ook bij de media komt, we moeten uitkijken voor vingerafdrukken, huidschilfers, haren, verzin het maar. We mogen geen sporen laten rondslingeren. Kijk heel goed uit voor camera’s, ook van burgers. Ik hoor nog wel eens wat van die rechercheur die ik knip. Een foutje is heel snel gemaakt.’

Jack sloeg zijn whisky achterover en zette het glas met een klap op tafel. ‘Heerlijk dit,’ zei hij. ‘Eindelijk actie!’

18. Op het torentje van Spijk

Dikkig in de veren probeerde de vale gier zich in evenwicht te houden. Ze zat op de balustrade van de toren van de Spijkster Andreaskerk, boven de klok. Het was tien uur in de ochtend. Een waterig zonnetje bescheen het Groningerland. De windvaan op de torenspits, een leeuw, leerde dat de wind zuidwestelijk was. 

Ze voelde zich niet goed sinds de dood van de man in de plaats met hoge huizen, nu een week geleden. Het was alsof ze in de rui was, zonder in de rui te zijn. Ze wist niet of ze echt wat onder de leden had en simpelweg de tijd moest nemen om uit te zieken. Volgens de oude vrouw op de kwelder kon het ook zijn dat ze was Aangegrepen door de Gebeurtenissen. Het lichaam kan lijden onder de ziel, had ze gezegd. Maar, zo had ze eraan toegevoegd: alleen de ziel kan het leed leiden uit het lichaam. 

De vale gier voelde aan dat deze woorden betekenis hadden, zoals alle woorden ertoe deden die de oude vrouw sprak. Wat de woorden precies wilden zeggen, vond de gier echter lastig om te duiden. 

Vanuit de lucht had de gier vorige week de rode draad het huis van de man naar binnen zien gaan. Even later volgde een harde knal. Daarna kwam de draad het huis weer uit, om noordwaarts te vertrekken. Precies zoals de oude vrouw had gevreesd.

Het suisde in de lucht. Uit het westen kwam de oude zeearend aangevlogen. Hij voegde zich bij de gier. Een tijdje zaten ze zwijgend samen op het torentje van Spijk. 

‘Het kon niet gered?’ vroeg de arend. 

De gier schudde haar verenlijf. ‘Het ging snel,’ zei ze. ‘De voorbereiding was smal. Binnen en buiten lagen vrijwel samen in het moment.’ 

‘En de nabereiding?’

De gier had geen idee. ‘Die kan zijn, maar ik weet het niet. Ik was snel naar de kwelder gegaan. Daarna werd ik min.’

De oude arend keek naar de gier. ‘Ik dacht eens,’ zei hij. ‘Zie je de onheil of breng je die?’

De gier schudde weer haar veren. ‘Ik twijfelde evenzeer,’ zei ze. ‘Ik meende immer dat ik enkel voelde en zag. Maar hier speelt het anders, dus ik was ook anders gaan denken. Maar de oude vrouw weet zeker dat het de lijnen zijn die lopen. Dat deed me weer denken slechts die te volgen.’

De arend leek opgelucht. ‘Komt het goed met je? Wat als de rampspoed versnelt?’

‘Goede vragen,’ zei de gier. ‘Ik ben het zicht even kwijt, want het vliegen deert. Maar maak je om mij geen zorgen. Ik zal gedijen. Het is de rode draad die aandacht moet. Die gaat noordwaarts en kan  verknoopt raken. De kans daarop oogt groot.’

Vanuit de toren zag de arend de groene knoppen aan de takken van de hoge bomen rond de kerk. Beloftes van het voorjaar. Over enige tijd zouden ze zich ontvouwen, gelijk de tijd in de toekomst.