Maartse buien uit noordwestelijke richting geselden de Groninger Emmapolder. Te midden van deze laatste uitwassen van de winter, op de oprit van de boerderij die van Jens Boukema was geweest, stond een twintigtal genodigden, in winterjas en voorzien van muts of pet, verkleumd bij een informatiebord dat op palen was geplaatst. Over enkele minuten zou het worden onthuld, door het wegtrekken van een zwart doek. Bij de boerderij zelf, ongeveer dertig meter verderop, stond een grote gele graafmachine. Het gevaarte was voorzien van een sloophamer, klaar om Boukema’s voormalige opstallen met de grond gelijk te maken.
Naast een klein podium voorzien van microfoon en enige versterking, dat was opgesteld voor het te onthullen bord, stond Rupert, de zoon van de kortgeleden dood aangetroffen gedeputeerde Govert Draaiman. Hij praatte zacht met boer Bent Bykema. Rondom het podium stonden verder drie beveiligers, allen kortgeknipte mannen die eender waren gekleed in een zwarte broek, een zwarte jas en zwarte schoenen. Ze hielden het bescheiden publiek en de omgeving nauwlettend in de gaten. Ondanks het bewolkte weer droegen ze een zonnebril. Ze hadden alle drie een wit oortje in, waarvan het kabeltje krullend als een fijn telefoonsnoer ergens in hun wollen jas verdween.
Rupert oogde grauw, vermoeid en bedrukt. De moord op zijn vader had zichtbaar zijn sporen nagelaten. Hij was diep geschokt door de gebeurtenissen, en zeker ook door de manier waarop zijn vader aan zijn einde was gekomen. Hij had een hechte band met hem gehad. Maar die band was verbroken, door een schot met een oud jachtgeweer.
Aanvankelijk gingen de gedachten uit naar een jammerlijk ontspoorde overval. Al snel doemde echter het scenario op van een meedogenloze liquidatie. Onlangs volgde opnieuw een schok, omdat de moord op Govert Draaiman was opgeëist door iemand of een groep die zich ‘Beweging 59’ noemde. De brief met uitgeknipte en opgeplakte letters, die breed was uitgemeten in de regionale en landelijke pers, had veel beroering teweeg gebracht. Was de moord een daad van terrorisme? Of was de brief een volstrekt misplaatste grap?
Het onderzoek naar de dood van zijn vader had nog niets opgeleverd. Om het zekere voor het onzekere te nemen, had Rupert beveiligers toegewezen gekregen. Ook hij was immers politiek actief, als wethouder van de gemeente Wad en Klei, en bovendien was hij nauw betrokken geweest bij zijn vaders bestuurlijke reilen en zeilen. Sterker nog: deze week was bekend geworden dat Rupert de gemeentelijke politiek zou verlaten, en al over enkele weken zijn vaders positie als gedeputeerde Economie, Mijnbouw en Grond zou overnemen. Rupert was zelf met het plan daartoe gekomen, omdat hij vastbesloten was het werk van zijn vader voort te zetten.
Hij hoopte dat hij straks, tijdens zijn speech bij de onthulling van het bord, zijn emoties in bedwang zou kunnen houden. Hij werd soms onbedwingbaar heen en weer geslingerd door gevoelens van verdriet, boosheid, angst en vastberadenheid. Dat waren echte emoties, recht uit het hart, waarvan Rupert wist dat ze hem politiek gezien goede diensten konden bewijzen, mits ze niet volledig ontspoorden. Op openbare bijeenkomsten zoals deze moest hij niet te bang zijn om zijn gevoelens te tonen, maar, zo stelde hij het zich voor, wel steeds met een voet boven de rem.
Rupert wisselde nog enkele woorden met boer Bykema, van wie hij een bemoedigende klop op de schouder kreeg. Hij betrad het podium en tikte met zijn rechterwijsvinger op de microfoon, die bleek te werken.
‘Dames en heren, geachte genodigden, beste Groningers. Vandaag schrijven we geschiedenis. Een geschiedenis, die leidt naar een prachtige toekomst voor Groningen. Naar een toekomst voor Nederland. Naar een toekomst voor de mensheid. We schrijven vandaag geschiedenis omdat over enkele ogenblikken de werkzaamheden zullen starten die uitvoering geven aan de visie van…’
Rupert sloot zijn ogen, slikte, en ging weer verder.
‘… Werkzaamheden die uitvoering geven aan de visie van Govert Draaiman om het door aardbevingen getergde Groningen een nieuw levensdoel te geven. Een inspirerend vooruitzicht. Een nieuw begin, zoals Govert, mijn vader…’
Een traan viel op de microfoon.
‘… Een nieuw begin, zoals mijn vader Govert Draaiman dit voor Groningen en de Groningers heeft nagelaten. Helaas zal mijn vader de voltooiing van zijn plan niet mee kunnen maken. Hij is, zoals u weet, op brute wijze vermoord. Vermoord, mogelijk, om zijn rol in de Groninger gaswinning, ook al heeft hij zich altijd tot het uiterste ingespannen om op te komen voor de belangen van de gedupeerden. Ik sterk mij door de gedachte dat onze overheid alles in het werk stelt om de dader of de daders op te sporen en te berechten.’
Ruperts toon was nu vast en zeker.
‘Vanuit hier, vanuit de Groninger Emmapolder, stijgen over enige tijd raketten op om satellieten rond de aarde te brengen en om mensen naar de maan, naar Mars en naar de sterren te laten reizen. Dat is het nieuwe begin voor Groningen. De selectie van astronauten is lokaal al in volle gang, want, zoals mijn vader dit voor zich zag, er zal op iedere bemande vlucht een Groninger meegaan. Maar om zover te kunnen komen, moeten we de mouwen opstropen en hard aan de slag gaan. De boerderij waar we nu bij staan, wordt als eerste gesloopt om ruimte te maken voor het plan. Een nuttige, maar ook symbolische handeling. De boerderij, zoals helaas vele objecten in het mooie Groningen, toont de nodige sporen van bevingsschade. Door het te slopen, wissen we de schade en starten we met een schone lei. Als al het sloopwerk dat gedaan moet worden gereed is, gaan de spades in de grond om op te bouwen. Om de lanceerbasis en alles wat erbij hoort, te realiseren. Beste mensen, laat ons niet langer dralen. We hebben werk te verrichten. Zodra de sloop van de boerderij begint, zal ik het bord onthullen met de naam van het ruimtevaartcentrum dat we gaan bouwen.’
Rupert knikte naar een man met een rode helm en een reflecterend hesje die voor hem stond. De man sprak enkele woorden in een portofoon, waarna de graafmachine werd gestart. Terwijl even later de sloophamer zich in de voorgevel van het voorhuis boorde, trok Rupert aan een koord waardoor het zwarte doek van het bord viel. Op het bord was een visuele impressie te zien van het te bouwen ruimtevaartcentrum, met in grote letters de tekst:
DE REIS IS BEGONNEN – HIER BOUWT GRONINGEN AAN EEN NIEUW BEGIN
HIER KOMT HET NATIONALE
‘GOVERT DRAAIMAN SPACE CENTER’
Het applaus van de aanwezigen was nauwelijks hoorbaar door het geluid van de sloophamer en het vallende puin. Rupert stapte van het podium af en schudde handen. Fotografen werkten hard om alles vast te leggen.
Over de naam van het ruimtevaartcentrum was lang gediscussieerd. Diverse opties hadden de revue gepasseerd, zoals het ‘Ommelander Space Center’ en het ‘Ede Staal Steern Centrum’. Uiteindelijk, na een emotioneel pleidooi van Rupert, werd gekozen voor een vernoeming naar zijn vader.
Hoog in de lucht cirkelden een oude zeearend en een vale gier. Nadat de laatste muur van het voorhuis was geslecht, vlogen ze naar de kwelder boven Den Andel, om verslag te doen aan de oude vrouw.
